Ter herinnering aan mijn Albatros junior (1998-2008)
Het gaat goed! Nog steeds erg aan het genieten van mijn eigen huisje.
Ik ben nu 3 volledige dagen aan het werk, ik heb mijn eigen kleutergroep. Over 2 weken komt er weer een dag bij en voor het einde van het schooljaar hoop ik weer full-time aan de slag te zijn.
Na de zomervakantie start ik gewoon weer helemaal met een eigen groep, geen reïntegratie meer, geen ziekteverlof meer. Ondanks dat ik mijn vrije dagen best zal missen, kijk ik er wel naar uit! Toch weer een stapje verder dichterbij een ‘normaal’ leven.
Mijn verjaardag was trouwens super. Wat een weekend, wat een gezelligheid! Iedereen bedankt voor je bezoekje, belletje, smsje, kaartje, krabbeltje, berichtje, enz. Echt heel tof!
Ik was gebroken na het weekend en heb twee dagen in bed moeten bivakkeren om weer bij te komen, maar het was het waard.
Zo op je verjaardag, wanneer iedereen “lang zal ze leven” zingt en je nog vele jaren wenst, ga je toch nadenken over die normaal gesproken zo weinig betekenisvolle tekst. Een liedje dat iedere kleuter op school al kent, maar dat je pas echt kan waarderen als je weet dat de tekst helemaal niet zo vanzelfsprekend is als dat je hem uitspreekt.
Met de overtuiging dat ik nog lang zal leven, denk ik dan ook na over de jaren die al zijn geweest.
De eerste jaren, toen ik nog een kalender boven mijn bed had met hoeveel nachtjes nog bijvoorbeeld. Toen ik nog het hele huis doorzocht op zoek naar mijn cadeautje. (toegeven, dat deed ik vorig jaar toen ik thuis woonde ook nog, maar dat terzijde)
Zo kan ik me nog een jaar herinneren, dat ik echt niks in huis wat ook maar op een cadeautje leek kon vinden. Een paar jaar eerder had ik al eens een schommel gehad die in de tuin stond, dus zelfs de tuin had ik dit keer doorgespit.
Op de ochtend van die bewuste verjaardag zelf, ik geloof mijn tiende, was ik al heel vroeg wakker, stikzenuwachtig want ik had echt geen enkel idee wat ik kreeg.
Ik kreeg een setje houten haringen. Vreemd. Niet gek dat ik mijn cadeautje niet vond dacht ik nog. De haringen waren maar een heel klein onderdeel van mijn eigenlijke cadeau: mijn eerste echte eigen de Waard tent.
Jarenlang heb ik met veel plezier in mijn kapmeeuw gekampeerd. Eerst vlak naast de tent van mijn ouders, toen ietsje verder en uiteindelijk aan de andere kant van de camping op het stafkamp, tijdens mijn eerste jaren werken op de camping.
Toen Renee groot genoeg was (herstel, oud, groot genoeg was ze al vrij snel) voor een eigen tent, mocht zij in mijn tent kamperen en kwam er een nieuwe tent in onze collectie: de Albatros junior. Eigenlijk bedoeld voor mijn ouders als tent wanneer ze er samen op uit zouden trekken, deze was wat makkelijker te verslepen dan hun eigen enorme tent. Maar zolang ze toch nog lekker op Vlie bleven mocht ik hem gebruiken.
En dat heb ik met heel veel plezier gedaan. Ik was ontzettend trots op mijn stoffen huisje, ik schepte er graag over op. Waar hij ook stond, ik voelde me er veilig en thuis. Veel avonturen heb ik ermee beleefd. Veel logees heeft hij geherbergd. Veel keren heb ik nachten doorgeslapen tijdens stormen, vol vertrouwen in mijn tent die toch wel bleef staan, terwijl de halve camping met noodhulp bezig was. Veel keren heeft hij gediend als schuilplaats voor mensen waarvan hun eigen onderkomen was gesneuveld in de storm. Veel stormen heeft hij doorstaan. Tot die ene van afgelopen weekend.
Zaterdagnacht en zondag overdag stond er een dikke oostenwind, met windstoten die zelfs het houten stafgebouw deden kraken.
Een de Waard tent is gebouwd om alle stormen te doorstaan, behalve als er teveel factoren niet meewerken.
Slecht weer komt meestal vanaf de achterkant, dit keer stond de wind recht op de voorkant. Daarnaast stond ik ook nog eens bovenop een duin, vol in de wind. En is mijn tent al wat ouder, dus is het doek wat zwakker.
Na een nacht met maar een paar kwartiertjes slaap (ok, ik lag er ook pas aan het begin van de ochtend in, moet ik eerlijkheidshalve vermelden) trok mijn tentje het niet meer, en scheurde de voorluifel horizontaal doormidden. Snel leegruimen en afbreken mocht niet meer baten, het doek sloeg van de stokken en de stokken vervolgens door het doek met als resultaat een flinke winkelhaak.
Tja, het is maar een tent zul je denken, kanker is erger. Maar het was wel mijn tent, mijn rust en veiligheid de afgelopen jaren, een belangrijke plek voor me.
Komend weekend gaan we hem naar de Waard brengen, om te kijken of hij nog te maken is. Maar zeer waarschijnlijk is hij gewoon op, en zal ik verliefd moeten worden op een nieuwe tent.
Moet ik mijn advertentie voor een leuke man maar veranderen in:
gezocht! Leuke vent, in bezit van een de Waard tent…
Het rijmt in ieder geval leuk.
En ook maar weer een update van pappa...
Don’t be afraid of the dark
Door gastschrijver Pappa
“Wat was jouw gelukkigste moment?” is de vraag. Ik zit met vrienden na te tafelen na een gezellig etentje. We zijn met zeven stellen. De “Keek”, zo noemen wij ons vriendengroepje. Met een goed glas wijn in de hand ontspint zich een mooie discussie. Om beurten vertellen we over het moment dat in ons leven de meeste indruk achterliet. Als ik aan de beurt ben om over mijn moment te vertellen hoef ik niet na te denken.
“Dat was de geboorte van Marloes”, vertrouw ik mijn aandachtige toehoorders toe. Instemmend geknik is mijn deel, ze begrijpen me, we hebben allemaal kinderen.
Dan vertel ik ze over mijn moment. Het was heel vroeg op een zondagmorgen op 16 mei 1982 en het speelde zich af op de kinderkamer van ons gezellige dijkhuisje in Ridderkerk waar we toen woonden. Enkele jaren daarvoor had ik Tonny ontmoet en we werden waanzinnig verliefd op elkaar. Frank was toen zes jaar oud. Op 30 oktober 1980 trouwden we en was ik ineens een vader. Ik voelde me snel prettig in die nieuwe rol, het klikte, we hadden het fijn met z’n drietjes. Maar toen, op die morgen van de 16e mei, toen Frank voor het eerst zijn zusje op schoot had, toen klopte ineens alles en was voor mijn gevoel de cirkel gesloten, toen beleefde ik mijn mooiste en gelukkigste moment.
Mijn vrienden zijn ontroerd, hebben respect voor mijn moment, de discussie gaat door, de volgende mag over zijn moment vertellen.
Een paar weken daarna, het is zondagavond 28 oktober. Ik rijd met Tonny in de auto terug naar huis. We zijn samen een paar dagen in Parijs geweest. De zon gaat net onder en kleurt de hemel prachtig in een mengeling van geel en oranje. Uit de autoradio klinkt bluesmuziek van the Robert Cray Band:
Don’t be afraid of the dark, don’t be afraid, I’ll be there to guide you, so don’t be afraid of the dark.
We zitten zwijgend te luisteren naar de muziek. Een voldaan en gelukkig gevoel overheerst, het was een heerlijk weekend zo samen. We waren er aan toe na de hectische periode die we achter de rug hebben. In mijn overpeinzingen ga ik terug in die tijd. We beleefden hele moeilijke momenten, maar er waren er ook veel mooie en ontroerende momenten bij. Als gezin zijn we verschrikkelijk naar elkaar gegroeid, daar ben ik trots op.
Gelukkig zijn we nu in wat rustiger vaarwater gekomen. Marloes knapt wonderbaarlijk snel op, de energie komt weer terug, een rentree voor de klas is aanstaande. Komende weken gaan we hard werken om haar huisje in orde te krijgen zodat ze weer snel verder kan met haar leven.
Even denk ik aan die donkere wolk die nog ergens in de verte dreigt. Mijn zusje, zelf tien jaar geleden een slachtoffer van borstkanker, is een paar maanden terug begonnen aan een erfelijkheidsonderzoek. De ziekte van Marloes zorgde voor rinkelende alarmbellen. Voor de zomervakantie is er bij haar bloed afgenomen voor het onderzoek. Uitslagen zijn voorlopig nog niet te verwachten, zulke onderzoeken duren lang, rond de jaarwisseling hadden de artsen gezegd. Ik wil liever niet nadenken over een uitslag, zeker niet over een uitslag die ik niet wil horen. De consequenties van een foute uitslag zouden zo ingrijpend zijn voor Marloes, voor mijn gezin, voor mijn familie, ik wil er niet aandenken. Eerst genieten van de overwinning.
Om half negen rijden we de straat in, we verheugen ons op de vakantieverhalen van Marloes. Ze is een weekje met Cees en Tonny (die andere) naar Spanje geweest om Jonathan op te halen. Via dagelijks SMS-contact hadden we al begrepen dat ze een heerlijke week had, letterlijk bergen verzet en grenzen verlegd. Ze is die nacht ervoor thuisgekomen. Renee is voor het eerst een paar dagen alleen thuis geweest.
We parkeren de auto, slepen de koffer in huis en begroeten de meiden. Renee is strontverkouden en heeft een dikke keel, je kan ze ook niet een paar dagen alleen laten. Marloes heeft een wit bekkie en oogt vermoeid, dat is niet raar als je een hele nacht in de auto hebt gezeten.
“Hebben jullie het fijn gehad?” is hun vraag.
”Het was heerlijk, we hebben genoten, hoe is het met jullie? Jeetje, je haar is alweer gegroeid”.
Marloes glimlacht, “Je zus is vanmiddag langs geweest” zegt ze, “ze was vorige week in het ziekenhuis voor de uitslag van het erfelijkheids onderzoek. Er is vastgesteld dat ze de erfelijke afwijking BRCA1 heeft.”
Verbaasd kijk ik haar aan. “Ik dacht dat die uitslag aan het einde van het jaar verwacht werd”, antwoord ik.
Ik realiseer me niet hoe naïef mijn opmerking is, mijn brein stop met werken en springt in de veilige modus.
Vreemd genoeg denk ik aan mijn mooie moment, toen op dat kinderkamertje, vlak na de geboorte van Marloes. Ergens anders in mijn hoofd klink muziek,
Don’t be afraid of the dark, don’t be afraid………..
'Mijn vriendin kreeg borstkanker'
Een tijd geleden las ik op het amazones forum een oproep waarin een vriendin van iemand met borstkanker werd gevraagd voor een interview in het tijdschrift Glamour.
Ik zat toen bij Vicky thuis en gaf dat aan haar door. We hebben op dat berichtje gereageerd en een tijdje geleden kregen we er antwoord op. Eveline, de journaliste, had mijn site gelezen en het leek haar erg leuk om ons, en dan vooral Vicky, te interviewen.
Vandaag heeft Vicky uiteindelijk bijna twee uur met Eveline aan de telefoon gezeten. Een pittig gesprek, waarbij bij Vick toch wel een boel emoties loskwamen. Vicky maakt het allemaal van heel dichtbij mee en heeft mij al door heel wat moeilijke momenten heen getrokken, maar over haar eigen gevoel rond dit hele gebeuren had ze nog nooit echt zo openhartig gepraat.
Als je het allemaal zo op een rijtje zet, dan is het ook wel erg heftig. Als je er middenin zit gaat het prima, het is mijn leven op het moment, maar als je het dan weer even vanaf de zijlijn bekijkt is het toch echt wel een pittig verhaal.
Ik vond het heel bijzonder en ontzettend lief van Vicky dat ze dit heeft gedaan. Het was voor haar niet makkelijk, het is niet zo’n uiter, maar het heeft ons wel weer een stukje dichter bij elkaar gebracht. We hebben het interview net gelezen en het wordt volgens ons erg mooi. Het komt in het oktobernummer van Glamour te staan, eind september in de winkels.
Na het interview hebben we een emotionele maar zeer gezellige dag gehad. Het was stralend mooi weer, genieten! Er moesten foto’s gemaakt worden voor bij het interview. Nou… Wie vanmiddag bij de strandovergang bij de Bolder was en zich afvroeg wat daar in godsnaam aan de hand was: Wij waren het maar! Uit de ruim honderd foto’s hebben we er gelukkig toch nog wel drie leuke kunnen kiezen, haha!
Door dat hele interview ben ik weer erg gaan nadenken. De doktoren hadden me aan het begin van dit hele proces al gewaarschuwd: In het begin kom je om in de aandacht, maar dat ebt later wel weg.
En dat is inderdaad ook zo. Het is een cliché, maar in moeilijke tijden leer je echt je vrienden kennen. Met sommige mensen wordt de band veel hechter, sommige mensen verdwijnen, er komt steun uit onverwachte hoeken, ik leer nieuwe mensen kennen. Je gaat nadenken over vriendschappen, leert het waarderen of vraagt je juist af wat je in iemand zag.
Ik klaag absoluut niet over een tekort aan aandacht, sterker nog, ik voel me af en toe net Maxima. Ik denk dat ik straks ook echt moet gaan afkicken van al die aandacht.
Maar het wordt wel minder; anders. De mensen die aan het begin dagelijks naast mijn bed zaten, zijn nu weer druk met hun eigen leven en dat doet soms wel een beetje pijn. Omdat mijn leven zo stil lijkt te staan af en toe, omdat ik me af en toe zo verschrikkelijk nutteloos voel. Omdat ik me soms machteloos voel omdat ik niet goed kan uiten hoe het nou echt met me gaat.
Ik ben zelf ook wel heel slecht in het ‘om hulp’ vragen. Ik red het allemaal zelf wel, en het gaat ook wel goed. Op de momenten waarop ik het moeilijk heb lukt het ook niet altijd om naar iemand toe te gaan. Het is of een onmogelijk tijdstip, of iedereen is gewoon druk. En de momenten waarop het even wat minder gaat, komen ook zomaar op. Om hulp vragen blijft moeilijk!
Doordat ik zelf zo positief ben, en altijd antwoord dat het prima met me gaat, geef ik misschien zelf ook wel een beetje een verkeerd beeld. Vrij weinig mensen weten eigenlijk hoe het echt met me gaat, veel te weinig. Ook mensen die eigenlijk heel dicht bij me staan. En dat moet ik toch echt een beetje gaan veranderen, want ik merk dat ik me eraan ga ergeren dat mensen om me heen af en toe doen alsof er niks aan de hand is. Ik ‘vervreemd’ een beetje van de mensen die normaal gesproken dicht bij me staan heb ik soms het gevoel. En ik heb die mensen gewoon hard nodig.
Want ondanks dat het heel erg goed gaat en ik prima mijn hoofd boven water kan houden, soms kan ik wel wat mensen gebruiken die me helpen met watertrappelen in de draaikolk die mijn leven op dit moment is.
Het is allemaal niet niks! Ik kan het niet anders omschrijven dan een zware aanslag op je lichaam een geest, waar je uiteindelijk sterker uit komt, maar waar je toch wel even doorheen moet. Al die troep die je binnenkrijgt met die chemo’s, alle bijwerkingen waar ik letterlijk en figuurlijk af en toe doodmoe van word, maar ook alle keuzes die je moet maken en die me nog te wachten staan, en de onzekerheid waar je voortaan mee moet leven. Het feit dat je leven geleefd wordt en dat ineens niet alles meer vanzelfsprekend is.
Sommige mensen kunnen er natuurlijk ook gewoon niet zo makkelijk mee omgaan. Dat neem ik ook niemand kwalijk! Het is ook niet niks, en niet iedereen is even makkelijk met woorden.
Pfew, wat een heftig stukje. Ik heb lang getwijfeld om het ook daadwerkelijk op mijn site te zetten, maar ik doe het toch. Het is tenslotte mijn dagboek, en ook dit hoort bij mij.
Niet huilen, zegt ie dan...
Ridderkerk, mei 1987
“Lieve Marloes,
Toen je net geboren was, heel in het begin
lachte je naar me en kwam er een kuiltje naast je kin.
Dat ik nu als eerste in je poëziealbum schrijven mag vind ik heel fijn,
Mijn wens is dat ik altijd je grootste vriend zal zijn.
En hopelijk geniet ik nog jaren lang,
Van dat prachtige kuiltje daar in je wang.
Pappa”
“Mijn eerste wens is uitgekomen, nu de tweede!
Doe het poepie, ik hou van je.”